Van strijd naar samenwerking: omgaan met een kind dat niet luistert

Afgelopen week stond ik in de woonkamer met mijn handen in het haar. Floris (11) zat voor de zoveelste keer te gamen terwijl ik al drie keer had gevraagd of hij zijn schooltas wilde leeghalen. Aan de andere kant van de kamer zat Sevijn (3) driftig te tekenen met potloden… op de muur. Ik was deze dag behoorlijk beu en hoorde mezelf iets te hard zeggen: “Waarom luistert hier niemand?!” Herkenbaar? Vast wel. Want laten we gewoon open kaart spelen: kinderen luisteren niet altijd. Zeg maar gerust best vaak niet.

Waarom luisteren kinderen niet?

Allereerst is het goed om te beseffen dat ‘niet luisteren’ heus niet altijd onwil is. Zeker jonge kinderen zijn nog volop bezig met het ontwikkelen van hun brein. Ze zijn van nature impulsief, snel afgeleid en leven in het moment. Als jij vraagt of ze hun jas willen ophangen terwijl zij net bezig zijn met het bouwen van een indrukwekkende toren van Lego, dan is de kans groot dat jouw verzoek compleet wordt genegeerd.

Daarnaast speelt leeftijd een grote rol. Peuters zitten bijvoorbeeld in de fase van autonomie: “zelluf doen!” Dat betekent dus ook dat ze zélf bepalen wanneer iets gebeurt (en dat is dus bijna altijd: niet nu). Bij oudere kinderen en pubers komt daar nog een groeiende behoefte aan zelfstandigheid bij. Ze luisteren heus wel, maar kiezen bewust wat ze met jouw woorden doen. Klinkt irritant, is het ook, maar het hoort nu eenmaal bij de ontwikkeling.

Praktische tips om luisteren te stimuleren

  1. Zorg voor oogcontact en fysieke nabijheid
    Roepen vanaf de keuken dat het bedtijd is, terwijl je kind op zolder een film kijkt? Kansloos. Loop naar ze toe, raak ze even aan op hun arm of schouder en zorg dat je echt contact maakt. Pas als je zeker weet dat je kind je hoort én ziet, kun je een boodschap overbrengen.
  2. Houd het kort en concreet
    Kinderen kunnen een hele uitleg vol bijzinnen en omwegen meestal niet goed volgen. “Ga je alsjeblieft je schoenen opruimen en daarna je handen wassen zodat we op tijd aan tafel kunnen?” is voor een kind vooral verwarrend. Zeg liever: “Schoenen opruimen, dan handen wassen.”
  3. Geef ze een keuze (binnen de grenzen)
    Kinderen vinden het fijn om het gevoel te hebben dat ze controle hebben, je weet wel: autonomie enzo. Geef daarom opties. Bijvoorbeeld: “Wil je eerst je pyjama aandoen of eerst een boekje lezen?” Of: “Wil je eerst opruimen of eerst tandenpoetsen?” Het maakt jou niet uit wat ze kiezen, als het doel maar bereikt wordt. Niet alles is een strijd waard, zeker niet als het onnodige irritaties oplevert.
  4. Geef het goede voorbeeld
    Als jij tijdens het eten je telefoon blijft checken terwijl je vraagt of ze willen luisteren, is de kans groot dat jouw woorden weinig impact maken. Kinderen leren het meest van wat ze zien, niet van wat je zegt. Dus: zelf actief luisteren = kind leert luisteren.
  5. Beloon goed gedrag (en niet alleen met iets tastbaars)
    Wanneer je kind wél direct luistert, benoem dat dan. “Wat fijn dat je meteen je jas hebt opgehangen, dankjewel.” Positieve bekrachtiging werkt beter dan straf. Een knuffel, een glimlach of een simpel compliment kunnen wonderen doen.
  6. Wees consequent, maar mild
    Als je iets zegt, voer het dan ook uit. Heb je gezegd dat je kind t.v. mag kijken tot 19:00 uur? Doe dat dan ook. Maar wees ook flexibel als het moment daar om vraagt. Zit je kind midden in een spannend hoofdstuk van een boek? Geef dan vijf minuten extra en benoem waarom.

De valkuilen waar we allemaal wel eens intrappen

Soms betrap ik mezelf erop dat ik in een soort preekmodus schiet. Of dat ik (te) boos word omdat ik denk dat het onwil is. Terwijl het vaak gewoon een mismatch is in timing, of mijn eigen vermoeidheid speelt mee. Vergeet niet: opvoeden is ook jezelf opvoeden. Verwacht niet van je kinderen dat ze altijd perfect luisteren, als jij zelf ook af en toe op de automatische piloot communiceert.

Ja, soms moeten kinderen gewoon luisteren, ook als ze geen zin hebben. Net zoals wij soms dingen moeten doen waar we geen zin in hebben. Maar hoe meer verbinding je hebt, hoe minder strijd je zult ervaren.

Samenwerken in plaats van strijden

Wat ik in de praktijk zie met Floris en zelfs al een beetje met Sevijn (ook al is hij een stuk jonger), is dat het loont om in gesprek te blijven. Niet altijd op het moment zelf, maar soms ook later. Even samen zitten, benoemen wat goed ging en wat beter kan. Niet als straf, maar als reflectie. Zo maak je van luisteren een gezamenlijke verantwoordelijkheid, in plaats van een machtsstrijd.

Dus de volgende keer dat je denkt “waarom luistert hier niemand?!”, adem diep in, tel tot tien en probeer opnieuw contact te maken. Niet vanaf de bank. Maar letterlijk in de ogen van je kind.

Zakgeld geven per leeftijd: handige richtlijnen voor ouders

Laat ik meteen beginnen met een stukje historie (want wie houdt er niet van geschiedenis): toen ik zelf een jaar of acht was, kreeg ik zakgeld. Eén gulden per week, netjes op zondagmiddag uitbetaald. Wat ik ermee deed? Snoep kopen. Of sparen voor een zak chips, zodat ik Flippo’s kon verzamelen. Budgetteren? Een volledig onbekende term. Later, toen ik op mezelf ging wonen, had ik werkelijk geen flauw benul hoe ik mijn geld moest indelen. Sparen voor de huur, vaste lasten, iets apart zetten voor noodgevallen? Het leek hogere wiskunde of een vorm van kwantumfisica.

Precies daarom begint leren omgaan met geld dus thuis. Niet op school. Niet pas als je achttien bent. Maar gewoon aan de keukentafel, met je kind en een klein bedrag per week. Zakgeld is een oefening. In keuzes maken. In sparen. In verleidingen weerstaan. In leren dat als geld op is, het ook echt op is.

Bij ons thuis hebben we het ‘zakgeldspel’ inmiddels aardig onder de knie. Floris (bijna 12 jaar) krijgt wekelijks een bedrag dat hij deels mag uitgeven en deels moet sparen. En ja, ook hij heeft zich wel eens verrekend of verkeerde financiële keuzes gemaakt. Maar juist dan ontstaan de mooiste gesprekken. “Pap, als ik nou volgende keer eerst kijk wat ik écht wil kopen en het dan pas meeneem?”. Precies dát is de les. En Sevijn (onze jongste van net 3 jaar)? Die krijgt natuurlijk nog geen zakgeld, maar speelt inmiddels wél met lege portemonnees alsof hij boodschappen doet. Voor ik het weet, wil hij zijn eigen pinpas hebben.

Waarom zakgeld geven?

Zakgeld is geen beloning voor goed gedrag. Ook geen omkoping omdat je kind braaf in bed lag of zijn bord leeg at. Zakgeld is een middel om kinderen te leren omgaan met geld. Punt. Niets meer, niets minder. Kinderen die van jongs af aan zakgeld krijgen, leren eerder budgetteren, uitstellen van uitgaven en het belang van sparen.

Denk aan zakgeld als een soort financiële speeltuin. Kinderen mogen fouten maken, impulsief iets kopen en daar later spijt van hebben. Dat is niet erg, sterker nog: dat hoort erbij. Het is veel beter dat ze leren van die paar euro per week dan dat ze op hun 22ste ineens 600 euro aan sneakers kopen en niet meer weten hoe ze hun huur moeten betalen.

Wanneer begin je met zakgeld?

Zodra je kind een beetje besef heeft van geld, kun je starten. Dat is meestal rond een jaar of zes. Het moet wel nut hebben. Een kind van drie weet het verschil tussen een 1-euromunt en een koekje nog niet goed. Een zesjarige daarentegen begrijpt vaak al wel dat geld een ruilmiddel is en dat je er iets voor terugkrijgt.

Vanaf die leeftijd kun je kleine bedragen geven. Bijvoorbeeld op een vast moment in de week, contant of via een kinderspaarrekening. Kies wat bij jullie gezin past. Belangrijk is dat je consistent bent. Geen extraatjes tussendoor, geen voorschotten (tenzij het een lesmoment is!) en leg uit waarom iets wel of niet kan.

Hoeveel zakgeld geef je per leeftijd?

Hieronder een richtlijn. Dit zijn geen verplichte bedragen, maar wel een goed uitgangspunt om mee te beginnen.

Leeftijd 6-7 jaar

Bedrag: 0,50 tot 1 euro per week
Waarom: Op deze leeftijd leren kinderen eenvoudige keuzes maken. Een snoepje of sparen voor een klein speeltje? Ze beginnen met het besef van waarde en leren het verschil tussen ‘nu’ en ‘later’.

Leeftijd 8-9 jaar

Bedrag: 1 tot 2 euro per week
Waarom: Kinderen in deze leeftijd zijn iets zelfstandiger en kunnen al beter doelen stellen. Ze sparen bijvoorbeeld voor speelgoed of een boek. Dit is het moment om ze ook te leren wat iets kost en hoe lang ze ergens voor moeten sparen.

Leeftijd 10-11 jaar

Bedrag: 2 tot 3 euro per week
Waarom: Ze kunnen nu zelf dingen kopen, zoals cadeautjes voor vriendjes of iets lekkers in de pauze. Laat ze ook leren dat geld op kan zijn. Geef geen extra als ze alles in één keer uitgeven. Dat doet even pijn, maar is een waardevolle les.

Leeftijd 12-13 jaar

Bedrag: 3 tot 5 euro per week (eventueel per maand)
Waarom: Nu komt er meer bewustzijn. Misschien krijgen ze kleedgeld of een OV-kaart. Ze hebben meer behoefte aan zelfstandigheid, dus geef ook wat meer vrijheid. Laat ze zelf een budget maken voor bepaalde uitgaven.

Leeftijd 14-15 jaar

Bedrag: 10 tot 15 euro per maand (of meer bij kleedgeld)
Waarom: Je kind is nu een puber. Die koopt eigen spullen, gaat vaker naar de stad en wil mee kunnen doen met vriendjes. Help ze een overzicht maken van wat ze moeten kopen van hun zakgeld en wat jij als ouder blijft betalen.

Leeftijd 16+ jaar

Bedrag: afhankelijk van situatie (kleedgeld, bijbaan?)
Waarom: Op deze leeftijd is het tijd voor grotere verantwoordelijkheden. Denk aan kleedgeld, zelf abonnementen beheren of zelfs sparen voor een scooter of rijbewijs. Zorg dat je kind weet wat vaste lasten zijn en hoe je overzicht houdt.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze kunt voorkomen)

1. Zakgeld gebruiken als straf of beloning

Zakgeld moet voorspelbaar zijn. Als het afhankelijk is van gedrag, verlies je de leermogelijkheid. Natuurlijk kun je extraatjes geven voor klusjes in huis, maar dat is iets anders dan basiszakgeld.

2. Geen afspraken maken

Maak duidelijke afspraken. Wat mag je kind wel of niet kopen? Wanneer krijgt hij/zij het? Is het wekelijks of maandelijks? Op welke dag? Verwacht niet dat je kind zomaar snapt hoe het werkt.

3. Altijd bijspringen of teveel geld geven

Zeg je elke keer ja als je kind tekort komt, dan leert het niet met geld omgaan. Beter een keer nee zeggen en samen bespreken hoe het anders kan. Teveel zakgeld heeft ook geen zin, daarmee leert je kind niet (of minder goed) hoe het om moet gaan met geld.

4. Geen inzicht geven

Laat je kind zien waar het geld naartoe gaat. Misschien met een schriftje, een app of een potjes-systeem. Hoe visueler, hoe beter. Ook als je gescheiden bent is het goed om samen op één lijn te zitten qua zakgeld.

Zakgeld is oefenen met het echte leven

Een van de mooiste gesprekken had ik met mijn oudste zoon Floris toen hij 9 was. Hij wilde per se een bepaald legopakket kopen van zijn zakgeld. Na zes weken sparen kwam hij erachter dat het product niet meer leverbaar was. Flinke teleurstelling natuurlijk. Maar in plaats van boos te worden of af te haken, besloot hij het bedrag apart te zetten voor zijn volgende doel. Hij had geleerd: sparen is niet alleen geld opzij zetten, maar ook geduld hebben, plannen en omgaan met tegenslagen.

Zo werkt het in het echte leven ook. Daarom is zakgeld meer dan wat muntjes op zondagmiddag. Het is een investering in financiële opvoeding en die begint gewoon thuis!

Een klein beetje voorbereiding, een grote les voor het leven

Het maakt niet uit of je elke week een euro geeft of je kind zijn eigen kleding laat kopen. Het gaat erom dat je geld bespreekbaar maakt. Dat je uitlegt, meedenkt, vragen stelt en soms ook zelf toegeeft dat jij vroeger echt géén idee had hoe het allemaal werkte.

Met een beetje begeleiding van jou, geef je jouw kind iets waar hij zijn hele leven profijt van heeft: financiële zelfredzaamheid.

Tip: check ook eens de website van het Nibud over zakgeld. Zij hebben ook goede tips.

Van papa en mama terug naar geliefden: relatietips voor vermoeide ouders

Er zijn momenten waarop ik mijn vrouw aankijk en denk: “Weet jij eigenlijk nog wel wie ik ben?” Niet uit onvrede, maar uit oprechte verwondering. Want sinds de komst van onze kinderen is er zóveel veranderd. Waar we vroeger ’s avonds languit op de bank series keken met een wijntje, zitten we nu ieder aan een kant van de bank – zij op haar laptop om gemiste werkuren in te halen, ik met een broodtrommel in mijn handen omdat ik er net op ben gaan zitten.

We houden van elkaar, absoluut. Maar liefde kan veranderen als je kinderen hebt gekregen. Soms langzaam, soms met een klap. Van partners die hand in hand door het leven gingen, veranderen we in collega-ouders. De taken zijn verdeeld, de agenda’s zijn vol en de enige aanraking die we nog delen is per ongeluk als we tegelijkertijd een bord in de vaatwasser zetten.

Toch hoeft het niet zo te blijven. Sterker nog, het mag niet zo blijven. Want je relatie is de fundering van je gezin. Als die scheurt, wankelt de rest. Maar hoe houd je elkaar vast als je allebei in het standje ‘overleven’ terecht bent gekomen?

Plan tijd in die niet onderhandelbaar is

Iedere ouder kent het: “We moeten echt weer eens een avondje samen.” Maar zodra er een kind ziek is, de oppas afzegt of de energierekening op de mat valt, verdwijnt dat avondje als sneeuw voor de zon. Tijd samen moet je daarom behandelen als een doktersafspraak. Zet het in je agenda, blok het af en verzet het niet. Ook niet voor voetbaltrainingen, schoolmailtjes of dat ene project op je werk.

Dat hoeft trouwens niet altijd groots of meeslepend te zijn. Soms is een wandeling zonder kinderen al genoeg. Of een ontbijt samen terwijl de kinderen nog slapen (oké, dit is zeldzaam, maar het bestaat). Het gaat om de aandacht voor elkaar, niet om de activiteit.

Zie elkaar, echt

Op drukke dagen merk ik dat ik naar mijn vrouw kijk, maar haar eigenlijk niet zie. Ze is moeder, partner, werknemer, vriendin… maar wie is ze daarachter? Wanneer heb jij je partner voor het laatst een oprechte vraag gesteld die níet ging over luiers, crècheschema’s of boodschappenlijstjes?

Probeer iedere dag minimaal één vraag te stellen die draait om haar of hem als persoon. Hoe voel je je? Waar loop je tegenaan? Wat heb je vandaag nodig? Kleine vragen, groot effect. Want iedereen wil gezien worden, ook (juist!) als je je de hele dag weggeeft aan anderen.

Verwacht geen balans, maar kies bewust

De grootste valkuil na het krijgen van kinderen is denken dat je alles in balans moet houden. Werk, huishouden, opvoeding, relatie, vrienden, sport… het past gewoon niet allemaal tegelijk. In plaats van vechten tegen die realiteit, kun je beter kiezen. Voor elkaar. Voor die 10 minuten samen op de bank, voor dat kaartje op het aanrecht, voor die hand op de schouder in een drukke ochtendspits.

Het zijn niet de grote gebaren die je relatie redden, maar de kleine keuzes die je iedere dag maakt. Kies dus vaker voor elkaar, juist als je er eigenlijk geen tijd voor hebt (of denkt dat je er geen zin in hebt).

Spreek irritaties uit vóórdat ze gaan stapelen

In een relatie zonder kinderen kun je nog wel eens denken: ‘ach, ik laat het gaan’. Maar met kinderen, slaaptekort en overvolle dagen stapelt dat ‘laten gaan’ zich op tot een innerlijke vulkaan. En die barst gegarandeerd op het moment dat je kind net in slaap is gevallen. Hoppa, je avond samen verpest.

Spreek dus uit wat je dwarszit. Niet verwijtend, maar vanuit jezelf. “Ik merk dat ik het lastig vind dat je…”, in plaats van “Jij doet ook nooit…”. Wees ook bereid te luisteren als de ander iets wil zeggen. Een relatie draait om communicatie, niet om gelijk krijgen.

Herinner jezelf eraan waarom je ooit koos voor elkaar

Er zijn avonden dat ik naar mijn vrouw kijk terwijl ze in een oud t-shirt met een vlek op haar schouder een kind naar bed brengt. En dan voel ik het ineens weer: die liefde van vroeger. Niet omdat ze er uitziet zoals in onze verkeringstijd, maar omdat ik zie hoe ze zorgt, hoe ze liefheeft, hoe ze blijft doorgaan.

Gun jezelf die herinneringen. Haal foto’s van vroeger tevoorschijn, vertel elkaar over jullie eerste date of zet ‘jullie’ nummer op tijdens het koken. Liefde is niet verdwenen, het is alleen bedolven geraakt onder een laag kinderspeelgoed, werkstress en slaapgebrek.

Tot slot: liefde is werk, maar wel het mooiste werk dat er is

Verwacht niet dat je relatie ‘vanzelf’ weer opbloeit. Liefde is werk, net als opvoeden dat is. Maar het is werk dat loont. Niet alleen voor jullie als partners, maar ook voor jullie kinderen. Want een veilige, liefdevolle relatie is het mooiste voorbeeld dat je hen kunt geven.

Ik hoop dat Sevijn (2) en Floris (11) later zullen terugkijken en zeggen: “Onze ouders hielden niet alleen van ons, maar ook van elkaar.”

Zo voelt het dus om een vogel te zijn: onze rondvlucht boven Texel

Sommige herinneringen staan in je geheugen gegrift. Niet omdat ze perfect waren of een rib uit je lijf hebben gekost, maar omdat ze je compleet uit het alledaagse trekken. Zo’n moment beleefden wij onlangs als gezin. Na weken van regen, snotneuzen, overlopende wasmanden en werkgerelateerde deadlines, besloten we dat het tijd was voor iets bijzonders. Iets dat we nog nooit hadden gedaan. Iets waar we het over twintig jaar nog steeds over zouden hebben. En dus stonden we daar, met gezonde spanning en zonnebrillen op ons hoofd, op het vliegveld van Texel. Klaar voor onze allereerste rondvlucht met Tessel Air. Mijn vrouw Renée, onze oudste zoon Floris (11) en ik. Oh ja, natuurlijk ook onze piloot. Vier personen. Eén klein vliegtuigje en een uitzicht dat we nooit meer zouden vergeten.

Het begon met een opmerking van Floris

Zoals zoveel avonturen bij ons thuis, begon ook deze met een opmerking van Floris. We fietsten langs een weiland en hij keek omhoog. “Pap, zou het niet vet zijn om zelf te kunnen vliegen?”

Ik wilde net reageren met iets als: “Ja, dat lijkt me ook mooi, maar daar moet je jaren voor studeren”, toen mijn telefoon piepend iets van zich liet horen. Een e-mail van Tessel Air. Alsof het zo moest zijn. Een aanbod voor een rondvlucht boven Texel in een vierpersoons vliegtuigje. Daar gaan we dus mooi geen nee tegen zeggen!

Binnen tien minuten had ik geboekt. We hadden iets op ons lijstje staan om naar uit te kijken. Een herinnering waar we het nog lang over zullen hebben. Balen dat het niet een dag later al was, want ik had er direct enorm veel zin in.

De grote dag: zenuwen en zonnebrillen

We arriveerden bij Texel International Airport. Klinkt indrukwekkend, maar het is een gezellig, klein vliegveld waar je het personeel bij de voornaam leert kennen. De sfeer is relaxed, het uitzicht wijds en de vliegtuigen… tja, die zijn klein. Cessna’s. Vliegtuigjes die eruitzien alsof je ze met een goede duw van de grond krijgt.

Onze piloot, een vriendelijke kerel van ergens in de twintig, stelde ons meteen op ons gemak. Hij legde rustig uit wat we konden verwachten, gaf wat veiligheidsinstructies en vroeg wie er voorin naast hem wilde zitten. Ik keek even naar Renée en Floris, maar hun blikken spraken boekdelen. “Pap, jij moet voorin,” zei Floris. Dus daar zat ik, op de plek van eer, pal naast de piloot.

Zelf vliegen (en hoe dat voelde)

Wat ik niet had verwacht: ik mocht ook een stukje zelf vliegen. Echt bizar! De piloot gaf wat korte uitleg, vertelde hoe ik het toestel recht kon houden en liet me ervaren hoe gevoelig zo’n vliegtuigje reageert. Mijn handen trilden lichtjes. Deels van de zenuwen, deels van de adrenaline, maar ik voelde me voor even de koning van het luchtruim. “Niet te scherp draaien, Ferry,” hoorde ik nog, toen ik iets te enthousiast richting een zandbank wilde sturen. Dubai, here we come! Grapje, we vlogen enkel boven Texel en een mooi stukje van Vlieland.

Texel van boven: zand, zee en zon-aanbiddende zeehonden

Toen we eenmaal in de lucht hingen, gebeurde er iets bijzonders. Mijn zenuwen verdwenen als sneeuw voor de zon. Het uitzicht, het zachte gebrom van de motor, de eindeloze vlakte onder ons… het voelde alsof we zweefden. Alsof we even niet meer deel uitmaakten van de chaos op de grond. Even weg van de dagelijkse zorgen.

De piloot wees ons op herkenningspunten: de vuurtoren, het dorpje De Koog, Vakantiepark De Krim (waar we logeerden) en de haven van Oudeschild. We zagen fietsers als mieren over de duinen slingeren. Boten die als dobberende luciferdoosjes op de Waddenzee dreven. En ja hoor, op het strand van Vlieland: een groepje zeehonden, die lagen te zonnen alsof ze voor een reclamefolder poseerden. Floris was door het dolle heen en riep: “Kijk pap, daar liggen ze gewoon echt!”

Waarom dit meer is dan een leuk uitje

Een rondvlucht boven Texel is natuurlijk indrukwekkend vanwege het uitzicht. Maar voor mij ging het die dag om iets anders. Om het samen doen. Om de gedeelde spanning voor vertrek, de verwondering tijdens de vlucht en het napraten terwijl we met onze voeten weer op vaste grond stonden.

Opvoeden is vaak een aaneenschakeling van praktische momenten: schoenen aan, boterham smeren, huiswerk maken, tandenpoetsen. Soms vergeet je dan hoe bijzonder het is om samen iets nieuws te beleven. Iets dat buiten je comfortzone ligt. Iets dat je verbindt.

Praktische tips voor andere ouders (en grootouders)

Wil je ook zo’n rondvlucht maken? Hier zijn een paar tips die wij onderweg hebben verzameld:

  • Boek op tijd, zeker in het hoogseizoen zijn de zonnige dagen een gewild moment.
  • 30 minuten is leuk, maar 60 is beter. Dan zie je echt het hele eiland.
  • Laat een volwassene voorin zitten (tip: je mag misschien zelf even vliegen).
  • Zorg dat iedereen vooraf naar de wc gaat. Echt. Geloof me.
  • Laat de kinderen zelf dingen opzoeken op de kaart, dan blijft het nog beter hangen.

Een herinnering om nooit te vergeten

Aan het eind van de dag zat Floris aan tafel enthousiast te bellen met opa en oma. Zijn dag kon niet meer stuk. “Pap, kunnen we dit volgend jaar weer doen? Maar dan met opa en oma erbij.” En zo had hij het alweer voor elkaar. Het volgende familie-uitje is al min of meer geboekt.

Voor wie twijfelt: ja, het is spannend. Ja, het is niet goedkoop. Maar sommige herinneringen zijn de investering waard. Een rondvlucht boven Texel is één van die herinneringen: voor eventjes met je kind een vogel zijn, dat is onbetaalbaar.

Bonustip: zeehonden spotten vanaf het water

Heb je na de rondvlucht nog geen genoeg van Texel? Dan is een boottocht met Het Sop een absolute aanrader. Wij stapten aan boord voor een tocht op het water, op zoek naar zeehonden in het wild. Vriendelijke mensen, een gezellige sfeer en leuke feitjes over de dieren en het gebied. En ja hoor, we zagen ze: een grote groep wilde zeehonden die lagen te zonnen op de zandbanken, een stuk dichterbij dan vanuit de lucht. Er zwom zelfs een nieuwsgierige zeehond op nog geen 10 meter van de boot. Op de terugvaart mochten de kinderen brood voeren aan de zeemeeuwen en kregen de volwassenen een lokaal borreltje. De kinderen vonden het een geweldige middag en konden geen genoeg krijgen van het zeemeeuw-voeren! Oh, papa trouwens ook niet!

4 manieren om de band met dochters te versterken (zonder dat het klef wordt)

Er zijn van die momenten waarop ik met Floris een potje Fortnite speel – of samen met Sevijn een blokkentoren bouw en denk: dit vaderschap, dat is eigenlijk best goed te doen. Maar doordat er regelmatig meiden over de vloer zijn (logees van vrienden of familie) merk ik dat het opvoeden van meisjes toch net even anders gaat. Het is niet per se moeilijker, maar wat ik zeg: anders. Er zit meer emotie in, meer detail, meer lagen. Als vader moet je soms even schakelen van ‘primitieve Neanderthaler’ naar ‘professionele coach met empathisch vermogen’.

In dit artikel geef ik je vier manieren om een sterke band op te bouwen met een meisje, ook als het niet je dochter is. Geen zweverige tips, maar concrete acties. Want als je als vader of vaderfiguur investeert in jullie relatie, pluk je daar levenslang de vruchten van.

Duik in haar wereld (ook als dat betekent dat je mee moet naar eenhoorn-bingo)

Toen mijn zoons hun eerste woordjes leerden, ging het over auto’s, dino’s, brandweer en dingen die geluid maken. Mijn ervaring met meisjes begon met een fascinatie voor glitterstiften, zingende poppen en mysterieuze TikTok-challenges die ik niet snapte. Mijn eerste reactie? “Leuk schat, maar deze papa snapt hier niets van.” Mijn tweede (betere) reactie: “Vertel eens, wat vind je er zo leuk aan?”

Het geheim? Nieuwsgierigheid! Je hoeft niet alles te snappen, maar toon interesse in haar belevingswereld. Speel een bordspel dat jij stom vindt, kijk mee naar die ene serie die je hersencellen laat afsterven, of laat je meenemen in haar verhalen over vriendinnenruzies. Door haar wereld serieus te nemen, laat je zien dat jij haar serieus neemt.

Vlecht je een weg naar haar hart (en leer tegelijk je fijne motoriek kennen)

Mijn allereerste poging tot een staart was een regelrechte mislukking. Het elastiekje zat vast, het haar trok scheef en ze keek me aan alsof ik net haar favoriete speelgoed had verkocht op Marktplaats. Maar ik gaf niet op. Met YouTube tutorials en een hoop geduld ging ik aan de slag.

Weet je wat er gebeurde? We kregen lol. Ze lachte om mijn gefriemel, gaf aanwijzingen als een ware kapper en uiteindelijk – wonder boven wonder – lukte het. Niet alleen zat haar haar ineens verrassend goed, we hadden ook een moment gedeeld dat puur en oprecht was. Door iets kleins als haar doen, geef je haar het gevoel: hij vindt mij belangrijk genoeg om dit te leren.

Oh, voor wie denkt: dit is niks voor mij! Geloof me, ik heb ook geen kapper-diploma. Het gaat er niet om dat je het perfect doet, het gaat erom dat je het probeert. Het zijn juist die klungelige pogingen die het moment waardevol maken. Je laat zien: ik ben bereid me kwetsbaar op te stellen voor jou. Dat is misschien wel de grootste les die je kunt meegeven.

Ontdek haar ‘taal van de liefde’ (spoiler: het is niet altijd chocola of TikTok)

Elk meisje is anders. De een houdt van knuffelen, de ander van samen iets doen. De een wil dat je complimentjes geeft, de ander wil gewoon dat je haar écht ziet. Volgens psycholoog Gary Chapman zijn er vijf ‘liefdestalen’ en ja, ook bij kinderen zie je die terug.

Mijn tip? Ga op onderzoek uit. Merk je dat ze opbloeit als je haar helpt met iets? Dan is ‘hulpvaardigheid’ haar taal. Vindt ze het geweldig als je samen tijd doorbrengt? Dan zit je goed met quality time. Door te weten hoe zij liefde ontvangt, kun je jouw rol veel gerichter inzetten.

Bij ons thuis werkt het bijvoorbeeld perfect om samen iets te bakken. Ze hoeft geen uren te praten, maar ze voelt zich gezien. Voor mij is het extra winst: ik ben de held én ik mag koekjes eten.

Een goede truc is ook om haar te vragen: “Wanneer voelde jij je echt blij met mij deze week?” Je zult versteld staan van het antwoord. Soms is dat het moment waarop je zonder te vragen een dekentje over haar heen legde. Of gewoon dat je met haar naar de winkel ging terwijl je geen zin had. Kleine daden, groot effect.

Wees haar superheld, zonder cape (maar mét een volle batterij aandacht)

Het idee van een superheld is niet dat je alles oplost. Het is dat je er bent. Altijd. Niet alleen als het nodig is, maar ook als het niet hoeft. Dat betekent: luisteren zonder meteen een oplossing te willen aandragen. Aanwezig zijn zonder afleiding. Je telefoon wegleggen tijdens het eten. Even dat korte spelletje spelen. Haar ophalen van school en écht benieuwd zijn naar hoe haar dag was (en dan ook luisteren naar het antwoord).

We denken vaak dat we als vader groots moeten uitpakken: dure cadeaus, grote gebaren. Maar de kracht zit in de herhaling van het kleine. Een knuffel. Een blik. Een lief woordje. Daarmee bouw je een band op die blijft, ook als ze straks pubert en zegt dat je ‘cringe’ bent.

Zorg dat je haar steun bent als het tegenzit. Niet als redder in nood die alles voor haar fixt, maar als rots in de branding die naast haar blijft staan. Zeg: “Ik weet niet precies wat je nodig hebt, maar ik ben hier.” Dat is in de meeste gevallen al meer dan genoeg.

De boodschap: laat haar zien dat ze belangrijk is

Of je nu staarten vlecht, koekjes bakt, meezingt met K3 of gewoon een arm om haar heen slaat tijdens een regenachtige dag op de bank – het gaat om één ding: oprechte aandacht. Niet perfectie, maar aanwezigheid. Niet alles begrijpen, maar wel alles proberen.

Want als jij haar nu serieus neemt, leert zij later dat ze zichzelf serieus mag nemen. En dat, beste mensen, is misschien wel het grootste cadeau dat je haar kunt geven.

Basisschoolkinderen en internet: regels, risico’s en ouderlijke rust

Toen Floris voor het eerst zijn eigen tablet kreeg, dacht ik: leuk, hij kan lekker filmpjes kijken terwijl ik even mijn handen vrij heb. Wat begon met onschuldige tekenfilmpjes van Paw Patrol, veranderde langzaam in Minecraft-video’s, game-channels en uiteindelijk vlogs waarin Youtubers gadgets unboxen met een enthousiasme waar je U tegen zegt. Geen ramp natuurlijk, maar ik merkte dat ik eigenlijk geen idee had wat hij allemaal keek. Toen hij plots begon over een challenge die op TikTok rondging (waar hij officieel nog veel te jong voor is), ging er een alarmbel af. Tijd om zijn digitale leventje eens onder de loep te nemen.

Waarom online veiligheid belangrijk is voor jonge kinderen

Kinderen van de basisschool groeien op met het internet alsof het net zo vanzelfsprekend is als tandenpoetsen. Maar waar tandenpoetsen vrij eenvoudig te controleren is, geldt dat voor online gedrag een stuk minder. Ze kunnen (onbewust) terechtkomen op websites met gewelddadige of seksueel getinte inhoud, worden benaderd door vreemden of raken betrokken bij cyberpesten. En dan hebben we het nog niet eens over de onophoudelijke stroom aan reclame of de verslavende werking van eindeloos scrollen.

Een basisschoolkind kan deze gevaren nog niet zelfstandig inschatten. Het brein is volop in ontwikkeling en dat betekent dat risico’s nog onvoldoende worden herkend. De rol van ouders is hierin dus essentieel. Niet om te verbieden, maar juist om te begeleiden.

Maak duidelijke afspraken en herhaal ze regelmatig

Toen Floris zeven jaar was, maakten we onze eerste ‘media-afspraken’. Hij mocht een half uur per dag op de tablet en alleen apps gebruiken die we samen hadden gekozen. Op papier een prima plan, maar in de praktijk liepen we er snel tegenaan dat het half uurtje zo rekbaar bleek als elastiek.

Daarom: herhaal afspraken met je kind regelmatig. Schrijf ze desnoods op en hang ze op een zichtbare plek in huis. Denk aan regels zoals:

  • Alleen filmpjes kijken via vooraf goedgekeurde kanalen
  • Geen persoonlijke informatie delen online (ook niet je naam of school)
  • Vriendjes op een gameplatform moeten ook échte vriendjes zijn
  • Als je iets geks ziet of hoort, kom je naar papa of mama

Zorg dat je afspraken niet als straf voelen, maar als onderdeel van samen veilig internetten. Vergeet ook niet om na verloop van tijd de afspraken nog eens te herzien. Het kan namelijk goed zijn dat bepaalde regels niet meer up-to-date zijn of bij de leeftijd van je kind passen.

Psst: check hier eenvoudig de schermtijd per leeftijd volgens het Nederlands Jeugdinstituut!

Wees nieuwsgierig naar hun online wereld

Een valkuil voor veel ouders: je bemoeit je alleen met het schermgebruik van je kind als het te lang duurt of te druk is. Maar juist door nieuwsgierig te zijn naar wat je kind leuk vindt online, open je de deur voor gesprek.

Vraag dus niet alleen ‘Hoe was school?’, maar ook:

  • Wat is je favoriete YouTuber? Wat maakt die zo leuk?
  • Wat heb je vandaag in je spelletje bereikt?
  • Welke filmpjes vind je grappig en waarom?
  • Wat vond je minder prettig of lastig tijdens het gamen?
  • Wat kun je mij vertellen over de groepsapp van jullie klas?

Door oprechte interesse te tonen, leer je wat je kind bezighoudt. Nog belangrijker: je kind leert dat jij er bent, ook als het online even spannend of onduidelijk wordt.

Stel ouderlijk toezicht in, maar vertrouw ook op je opvoeding

Technologie is je vriend. Op bijna elk apparaat kun je ouderlijk toezicht instellen. Zo kun je tijdslimieten aanzetten, apps blokkeren of een kindprofiel gebruiken dat alleen goedgekeurde content toont. Maar technologie vervangt geen goed gesprek.

Bij ons thuis geldt: toezicht op het scherm is prima, maar toezicht in het hoofd is beter. We proberen Floris (nu 11) en Sevijn (2) vanaf jonge leeftijd mee te geven waarom bepaalde dingen online niet veilig zijn. Waarom je bijvoorbeeld niet zomaar op ‘ja’ klikt als een website vraagt of je cookies accepteert. Waarom je soms beter een filmpje kunt overslaan. Waarom je niet op reclames klikt in spelletjes of dat je echt niet de nieuwste iPhone wint door op een linkje te klikken.

Vertrouwen is de sleutel. Als je kind leert dat jij er niet bent om te straffen, maar om te helpen, komt hij vanzelf eerder naar je toe.

Bespreek cyberpesten en online gedrag openlijk

Pesten stopt niet bij het schoolplein. Veel kinderen krijgen ermee te maken in WhatsApp-groepen, tijdens het gamen of via sociale media. Het nare is: online pestgedrag blijft vaak onzichtbaar voor volwassenen.

Praat daarom regelmatig over:

  • Wat doe je als iemand iets gemeens zegt via een spel of bericht?
  • Mag je zomaar iemand uit een groep gooien?
  • Hoe zou jij je voelen als je zelf zo behandeld werd?
  • Als iemand iets onaardigs doet (ook naar een ander), dan trek je aan de bel.

Laat weten dat je kind altijd bij jou terecht kan. Oordeel niet te snel en bied een luisterend oor. Bij cyberpesten geldt: liever een ouder die ‘te veel’ betrokken is, dan eentje die er te laat achter komt.

Houd het gezellig: samen scrollen en spelen

Het internet is echt niet alleen kommer en kwel. Er zijn fantastische educatieve apps, leerzame filmpjes, prachtige spelletjes en creatieve platforms waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen. Laat je kind merken dat jij ook plezier kunt hebben in de digitale wereld.

Bij ons thuis hebben we een vaste ‘kijkavond’ waarop Floris een YouTube-filmpje mag kiezen dat we samen bekijken. Soms vind ik het niks, soms rollen we over de bank van het lachen. Maar het zorgt altijd voor verbinding. En dat is waar het uiteindelijk om draait: een veilige, liefdevolle omgeving waarin je kind zichzelf kan zijn, ook online.

Tot slot: leer mee met je kind

Je hoeft echt geen expert te zijn in TikTok-dansjes of dé diamantzoeker in Minecraft. Wat je kind van jou nodig heeft, is aanwezigheid. Een ouder die luistert, grenzen stelt, meespeelt en bovenal: beschikbaar is. Digitale opvoeding is geen luxe meer, het is onderdeel van ons ouderschap.

Floris mag inmiddels zelfstandig zijn tablet (en smartphone) gebruiken, maar hij weet: als er iets is, kom ik naar papa. Papa helpt mij met alles, want papa is op de hoogte. En dat is misschien wel de mooiste vorm van online veiligheid die je een kind kunt geven.

En ja, we hebben nog altijd regels in huis. Zo weet iedereen waar hij aan toe is.

Terug naar de basis, maar wel in luxe: midweekje Kampinastaete zonder kinderen

Er zijn van die weken dat alles tegelijk lijkt te gebeuren. Werk dat uitloopt, een kind met koorts, een lekke band op maandagmorgen en het besef dat je weer drie verjaardagen bent vergeten. Je holt, je organiseert, je troost, je kookt, je stoeit, je veegt snotneuzen af en probeert tussendoor ook nog een enigszins sociaal mens te zijn. Maar ergens onderweg raak je jezelf kwijt.

Ik hou zielsveel van mijn kinderen. Echt. Er is niets dat ik liever zie dan mijn kinderen die om me heen springen, lachen, ontdekken. Maar soms… soms is liefde ook even afstand nemen. Even uitzoomen. Niet omdat je weg wilt, maar omdat je anders verdwijnt in de dagelijkse sleur van het gezinsleven. Ik voelde aan alles: ik moet even pas op de plaats maken. Niet omdat ik het niet aan kan, maar juist omdat ik het altijd té goed wil doen.

Dus ik besloot een paar dagen weg te gaan. Alleen. Bewust. Zonder kinderen. Zonder planning. Zonder constante ruis. Ik ging op zoek naar een plek waar ik niet hoefde te zorgen, te schakelen of te multitasken. Een plek waar ik mocht ademen. Die plek werd KampinaStaete in Oisterwijk.

Alleen, maar absoluut niet eenzaam

Voor wie het niet kent: KampinaStaete is een kleinschalig luxe vakantiepark midden in het groen, waar je verblijft in een van de circa 25 houten huisjes. Van compacte cottages voor twee personen tot de wat grotere en luxere Diamond Suites. Ik verbleef in zo’n Diamond Suite en kreeg daar iets wat ik al jaren niet meer had ervaren: absolute rust. De suite zelf was stijlvol ingericht met een ruime keuken (met vaatwasser), een fijn zitgedeelte, gescheiden douche en toilet en als kers op de taart: een eigen hottub. Geen bubbelbad dat je aanzet met een knopje, maar eentje die je zelf moet stoken met hout en vuur. Meditatief bijna. En warm. Héérlijk warm.

Het park is volledig autovrij en dat merk je meteen. Geen gejaag, geen irritaties, geen autoradio’s die te hard staan. Je wandelt in alle stilte langs houten huisjes, over paden die slingeren tussen het groen. Er lopen sierkippen los over het terrein, konijntjes schieten weg als je te dichtbij komt en af en toe zie je een eekhoorn in de bomen. Alles ademt kalmte. Ik maakte dagelijks een wandeling over het terrein, soms met een kop thee in mijn hand. Uren zat ik naast de vijver op een bankje, met een goed boek in mijn handen. Geen telefoon, geen gesprek, geen kind op schoot. Alleen ik en wat woorden op papier.

Op de tweede middag… een powernap. Midden op de dag, in een hangmat die zachtjes wiegde tussen twee bomen, met de zon op mijn gezicht. Het soort slaap dat je overvalt omdat je lijf zich veilig voelt. Alsof de natuur zegt: “ik houd je wel even vast.”

Hoe minder, hoe meer

De tiny house waarin ik verbleef had alles wat ik nodig had. Een bed waar je in wegzakt alsof je in een wolk ligt. Een keuken zonder magnetron (yes!), een badkamer met regendouche en een terras waar zelfs de muggen zich rustig hielden. Geen tv. Geen afleiding. Alleen Wi-Fi, voor als je toch even wilt doen alsof je bereikbaar bent.

Ik wandelde uren door de bossen en langs de vennen van Oisterwijk. Zonder buggy. Zonder kind dat na 200 meter vraagt of we er al bijna zijn. Zonder geklaag dat er geen ijsje gegeten mag worden. Ik hoorde de stilte én m’n eigen gedachten. Niet allemaal leuk, wel verhelderend. Soms moet je even afstand nemen van de chaos om te kunnen horen wat je nodig hebt.

Wat me opviel: de rust bleef niet alleen buiten, die kroop langzaam ook naar binnen. Ik werd geduldiger met mezelf. Liet gedachten toe die ik normaal wegdruk. Dacht na over patronen, keuzes, de eeuwige drang om alles te managen. Je hoeft niet alles in goede banen te leiden. Soms is het genoeg om gewoon even te zijn.

Ontbijt voor één

Ik trakteerde mezelf op ontbijtboxen aan de deur. Broodjes, yoghurt met granola, vers fruit, broodbeleg en een gekookt eitje. Oh, bijna de versgeperste sinaasappelsap vergeten. Alles perfect verpakt, alsof ze wisten dat ik dit even nodig had. Geen kruimels op de vloer. Geen gejammer over “ik lust dat niet”. Gewoon in stilte ontbijten, op mijn eigen tempo. Geen verplichtingen. Man, wat een luxe.

‘s Middags vertrok ik naar het dorpje Oisterwijk, op de elektrische fiets die ik via het park huurde. Even slenteren door het centrum, zonder tijdsdruk. Kopje thee drinken in een boekwinkel. Lunchen in het zonnetje op een terras. Dingen die normaal stressvol zijn, omdat mijn peuter zijn vinger in m’n kroket probeert te steken.

Ik raakte aan de praat met een ouder koppel. Ze vroegen me naar mijn leven en dus ook waar mijn gezin was. Ik vertelde dat ik alleen op pad ben gegaan, bewust. Ze knikten. “Slim. Dat hadden wij ook moeten doen, toen onze kinderen nog klein waren.” Dat bleef hangen en gaf me onbewust een bevestiging dat ik niet direct een slechte vader was, door even voor mezelf te kiezen.

Een midweek als resetknop

De dagen vlogen voorbij. Elke ochtend begon met een heerlijk ontbijtje en een kopje thee op het terras voor mijn suite. Elke middag eindigde met een wandeling of gewoon niksen in een hangmat. Ik sprak met bijna niemand. Toch voelde het alsof ik de beste gesprekken in tijden had gevoerd: met mezelf.

Op de laatste dag zette ik m’n koffers in de auto, liep nog een laatste rondje over het terrein en dacht: dit was geen vakantie, dit was een reset. Even weg van alles, maar dichter bij mezelf dan ooit.

Thuis werd ik begroet met tekeningen, snotneuzen en oprechte knuffels. Floris grapte: “Je bent wel een beetje op een eekhoorn gaan lijken, pap!” En ik dacht: precies goed.

Een midweek alleen op vakantie is niet egoïstisch. Het is onderhoud. Voor je hoofd, je hart en je gezin. Want hoe beter jij in je vel zit, hoe meer je kunt geven. Soms begint dat met stilte, een goed bed en een vers gekookt eitje.

P.s. check ook eens het Instagram-kanaal van KampinaStaete voor prachtige sfeerbeelden!

Is parachutespringen op Texel de ultieme bucketlist-ervaring?

Als vader van twee zoons zoek ik niet alleen naar leuke dingen om met hen te doen, maar soms ook gewoon naar iets voor mezelf. Iets met een beetje spanning. Iets waardoor je de adrenaline door je lichaam voelt stromen. Iets als… parachutespringen!

Deze sprong stond al weken met hoofdletters in onze agenda. Iedere keer als ik de datum op de kalender zag, voelde ik de kriebels in mijn buik. Niet van de zenuwen – oké, misschien een beetje – maar vooral van pure enthousiasme. We keken hier zó naar uit. Een midweekje Texel, even weg van de dagelijkse chaos, met als kers op de taart: een tandemsprong uit een vliegtuig. Dat was het plan. Ik telde de dagen af als een kind dat bijna zijn schoen mag zetten. De voorpret, het plannen, het inpakken van mijn koffer – het maakte de ervaring alleen maar intenser. We waren klaar voor avontuur en dat avontuur begon op een plek waar je het misschien niet meteen verwacht: Texel. Nog specifieker: bij Paracentrum Texel. Ja, ik ben uit een vliegtuig gesprongen van 13.000 voet hoogte. Midlifecrisis? Absoluut niet! (Hoop ik…)

Een sprong in het diepe (of in de lucht)

Parachutespringen stond al jaren op mijn lijstje. Je weet wel, ergens tussen “de Chinese muur bewandelen” en “ooit een hele nacht doorslapen zonder dat mijn kind roept dat z’n knuffel een pleister nodig heeft”. Dus toen de kans zich voordeed tijdens een midweekje Texel, twijfelde ik geen moment. Bij Paracentrum Texel kun je een tandemsprong maken vanaf 13.000 voet (dat is 4 kilometer hoog voor de liefhebbers). Je kunt er ook een cameraman bijboeken die je hele avontuur filmt en fotografeert. Tip van een vader die voor deze keuze heeft gestaan: doe dat. Echt. Want als je dan toch uit een vliegtuig springt, wil je daar bewijs van.

Helaas moesten we vanwege laaghangende wolken een aantal uren wachten, voordat we daadwerkelijk het vliegtuig in mochten stappen. We vonden het fijn dat we wel het terrein konden verlaten om de omgeving te bekijken. Toen de lucht klaarde, werden we opgebeld met het verzoek om zo snel mogelijk terug te komen.

Voorbereiding met een vleugje paniek

Na een korte instructie kreeg ik mijn harnas aangemeten en mocht ik kennismaken met mijn instructeur. Een uiterst vriendelijke kerel die volgens mij al vaker uit een vliegtuig was gesprongen dan dat ik luiers heb verschoond. Je wordt stevig vastgeklikt, je krijgt wat aanwijzingen en dan? Dan stap je dat vliegtuig in. De sfeer aan boord? Best ontspannen eigenlijk. Alsof je met een stel vrienden op vakantie gaat, maar dan met het verschil dat je straks de deur uitloopt terwijl het vliegtuig nog vliegt.

Voor mensen met hoogtevrees: geloof me, je denkt van tevoren dat je het niet durft. Maar op het moment zelf, met die professionele instructeur aan je vastgehaakt, vergeet je die angst. Het is alsof je hersenen zich uitschakelen en alleen nog maar genieten. De spanning verdwijnt zodra je de lucht in gaat en het enige wat overblijft is een enorm gevoel van enthousiasme. Omdat je zo hoog in de lucht bent, heb je totaal geen besef van diepte. Iets waar mensen met hoogtevrees juist tegenop zien.

De sprong zelf: 60 seconden pure waanzin

Hoppa, daar ga je dan. De deur gaat open. De wind suist naar binnen. Je hangt letterlijk buiten het vliegtuig en dan spring je. Of nou ja, je wordt gesprongen. De eerste 5 seconde vergeet je adem te halen. Daarna vergeet je alles. Je valt met zo’n 200 km/u richting aarde. 60 seconden vrije val, gevolgd door een rustige zweefvlucht van een paar minuten zodra de parachute open gaat. Wat je dan ziet? Texel in al zijn glorie. De Noord- en Waddenzee, een stuk van Vlieland, de groene weilanden, het strand, kleine autootjes en piepkleine mensen. Wat je voelt? Een immens gevoel van vrijheid. Als vader ben je gewend om altijd alles onder controle te willen houden. Maar daar in de lucht laat je alles los. Letterlijk. (Behalve de parachute dan, dat is niet heel handig.)

Over veiligheid gesproken: wist je dat tandemspringen volgens onderzoek net zo veilig is als een potje tafeltennis? Geen grap. Het aantal ongelukken bij tandemsprongen is zeldzaam laag. Alles is gericht op jouw veiligheid: van de dubbele checks, de materiaalinspecties, tot de ervaring van de instructeurs die letterlijk duizenden sprongen op hun naam hebben staan. Ik voelde me op geen enkel moment onzeker of onveilig. Integendeel, ik denk dat ik me zelden zó vertrouwd heb gevoeld.

Waarom je die cameraman écht moet bijboeken

Ja, het is een extra investering. Maar ik beloof je: het is het waard. Mijn video is inmiddels minstens twintig keer bekeken door familie, vrienden en de meester van Floris (lang verhaal). Je krijgt honderden foto’s, video’s van het opstijgen, de sprong zelf, de vrije val en zelfs de landing goed in beeld. Maar het mooiste: je ziet jezelf een ervaring beleven die je nooit meer vergeet. Floris vond mijn ervaring “cool bro”. Sevijn vond vooral de video’s van het vliegtuigje leuk.

Voordelen van parachutespringen bij Paracentrum Texel

  1. Professionele begeleiding: Je voelt je direct op je gemak door de ervaring van de instructeurs.
  2. Adembenemend uitzicht: Texel is prachtig van boven. Zelfs met knikkende knieën.
  3. Snelle, duidelijke instructies: Geen urenlange theorie. Gewoon to the point in nog geen 5 minuten.
  4. Mogelijkheid tot cameraman: Zodat je jouw sprong keer op keer kunt herbeleven.
  5. Goede organisatie: Van reserveren tot landen, alles liep soepel.
  6. Toegankelijk voor beginners: Je hoeft geen ervaring te hebben.
  7. Fantastische sfeer: De vibe op het terrein is ontspannen en gezellig.
  8. Mooie locatie: Texel is sowieso een fijne plek voor een aantal daagjes weg.
  9. Veiligheid staat voorop: Het bedrijf neemt geen enkel risico, daar waar het aankomt op veiligheid en uit onderzoek blijkt dat tandem springen extreem veilig is.

Zijn er ook nadelen?

Ja, natuurlijk. Geen ervaring is perfect. Dus hier zijn de minpunten:

  1. De prijs: Met de sprong en het camerawerk ben je al snel een paar honderd euro kwijt.
  2. Weersafhankelijk: Bij sterke wind of lage wolken wordt er niet gesprongen. Jammer, maar fijn dat het bedrijf veiligheid op nummer 1 heeft staan.
  3. De afstand: Texel ligt op een eiland, wat betekent dat je even onderweg bent. Voor mensen uit het zuiden of oosten van Nederland is dat een flinke rit én een boottocht.

Conclusie: doen. Gewoon doen.

Parachutespringen op Texel was voor mij een ervaring die ik niet snel vergeet. Het is niet iets wat je elke dag doet, maar juist daarom zo waardevol. Als vader, als mens, als adrenalinejunkie-in-opleiding. Het gaf me even dat gevoel van volledige vrijheid en ik besefte hoe goed het is om af en toe iets te doen dat compleet buiten je comfortzone ligt.

Of je nou hoogtevrees hebt, twijfelt over de veiligheid, of denkt dat het niks voor jou is: doe het toch. Want juist dán is de beleving het meest intens. De voorbereiding, de spanning in het vliegtuig, het moment waarop je valt en het uitzicht terwijl je zweeft… het is met niets te vergelijken. Je voelt je even los van alles. Geen telefoons, geen to-do lijstjes, geen kinderen die vragen waar hun sokken zijn. Alleen jij, de lucht, en dat onbeschrijfelijk mooie uitzicht.

Dus: staat parachutespringen op je bucketlist? Schrap hem eraf. Bij Paracentrum Texel zit je gebakken.

P.s. vergeet die cameraman niet, hè.

Waarom Mölkky het leukste familiespel van deze zomer is

Iedere ouder kent het: het moment waarop je in de tuin staat, je kinderen in het vizier hebt en denkt: “Hoe gaan we vandaag de dag weer doorkomen?” Soms voelt het alsof je een compleet animatieteam op een zomerkamp bent, alleen zonder salaris en al helemaal geen pauzes. Als vader van twee energieke jongens, Floris (11) en Sevijn (2), heb ik al vele uren doorgebracht met plastic ballen, schepjes, opblaaszwembaden en zandbakken. Ik heb zelfs een keer geprobeerd een waterglijbaan te maken met een vuilniszak en afwasmiddel. Spoiler alert: dat eindigde in blauwe plekken en een boze blik van mijn vrouw.

Maar toen maakte ik kennis met Mölkky: een houten werpspel uit Finland dat bij ons thuis razendsnel tot favoriet werd gebombardeerd. Geen schreeuwende kleuren, geen elektronische toeters en bellen, maar gewoon twaalf houten kegels en een werpstok. En toch: pure magie (figuurlijk gesproken dan hè). Binnen de kortste keren stonden we met het hele gezin fanatiek te mikken in het parkje achter onze woning. Zelfs de buurman heeft een keer leuk meegespeeld, al heb ik sterk het vermoeden dat hij gewoon wilde winnen van een elfjarige. Hoe dan ook, wij zijn fan!

Wat is Mölkky eigenlijk?

Mölkky is een werpspel dat bestaat uit 12 genummerde houten kegels en een werpstok. Je gooit met de stok om de kegels omver te krijgen en afhankelijk van hoeveel kegels je omgooit (en welke), scoor je punten. Het doel is om precies 50 punten te halen. Gooi je over de 50? Dan val je terug naar 25 punten. Simpel? Ja. Saai? Absoluut niet.

De kracht zit ‘m in de eenvoud

Wat me meteen aansprak aan Mölkky is hoe snel je het kunt uitleggen. Binnen 3 minuten snapte ook Floris alle regels en na tien minuten stond hij al strategisch kegels te mikken. Voor Sevijn is het natuurlijk allemaal nog wat lastig, maar hij vond het al geweldig om de kegels terug te zetten en de werpstok aan te geven. Dat noem ik nog eens teamwork.

Waarom Mölkky een hit is in ons gezin

1. Iedereen kan meedoen

Van peuter tot opa: Mölkky is laagdrempelig en fysiek niet belastend. Je hoeft geen spierbundel te zijn om een paar kegels om te gooien. Hierdoor kunnen we echt met het hele gezin (en oudere familieleden) spelen.

2. Geen batterijen, geen schermen

Wat een verademing. Geen irritante piepjes, geen bluetooth connecties of lege batterijen. Gewoon hout, gras en plezier. Heerlijk rustgevend (behalve als Floris juicht vanwege zijn hoge score, maar dat is weer een ander verhaal).

3. Strategie en geluk gaan hand in hand

Hoewel het simpel oogt, zit er verrassend veel tactiek in. Ga je voor de enkele hoge score of mik je op meerdere kegels met lage waarden? De spanning stijgt naarmate je dichter bij die magische 50 komt. Floris heeft al een keer met 51 punten verloren. De frustratie was groot, de les leerzaam.

4. Makkelijk mee te nemen

We hebben de set al meerdere keren meegenomen naar het park, een camping en zelfs naar opa en oma. Alles past in een compacte houten kist en is binnen een minuut opgezet.

5. Goedkoop vermaak

Voor een spel dat jarenlang meegaat en door jong en oud gespeeld kan worden, is Mölkky verrassend betaalbaar. Het heeft al meer uurtjes plezier opgeleverd dan menig duur cadeau.

6. Bewegingsvrijheid voor de kids

Kinderen kunnen rennen, gooien, bukken, juichen, balen en weer opnieuw beginnen. Dat allemaal zonder dat je bang hoeft te zijn dat ze iets breken (behalve hun eigen trots).

7. Leerzaam, maar zonder dat het zo voelt

Kinderen oefenen stiekem met tellen, optellen en strategisch denken. Floris beheerst dit al een tijdje, maar met Sevijn kunnen we leuk oefenen om alle twaalf de kegels op volgorde te zetten. Zo betrekken we hem ook bij het spel, zonder dat hij echt mee kan spelen.

8. Stimuleert sociaal spel

Mölkky daagt kinderen (en volwassenen) uit om samen te spelen. Spelers moedigen elkaar aan, maken grapjes over elkaars worpen en vieren samen de overwinning. Zelfs bij verlies blijft de sfeer positief. Het zorgt voor verbinding, zelfs tussen generaties. Voor ons heeft Mölkky hetzelfde sociale dosis als een potje jeu des boules.

9. Geschikt voor elke gelegenheid

Of het nu gaat om een kinderfeestje, een familiedag, een picknick of gewoon een luie zondagmiddag: Mölkky past altijd. Het maakt zelfs saaie verjaardagen ineens een stuk leuker.

10. Stimuleert buiten spelen

In een tijd waarin schermtijd vaak het gesprek van de dag is, helpt Mölkky ons gezin om vaker naar buiten te gaan. Het is een perfecte manier om de frisse lucht op te zoeken en actief bezig te zijn.

Zijn er ook nadelen?

Ja, een paar kleine puntjes:

  • Ruimte nodig: Mölkky speel je het liefst op laag gras of zand. Een kleine tuin is niet echt handig, omdat je minimaal 3 meter afstand moet hebben om te kunnen gooien.
  • Hout blijft hout: Hoewel Mölkky is gemaakt van kwalitatief berkenhout en daardoor prima een nachtje buiten kan blijven staan, kun je het spel het beste even binnen zetten bij slecht, regenachtig weer.
  • Niet ideaal voor echte kleintjes: Voor kinderen onder de 3 is het meer een kijkspel dan een meedoe-activiteit. Ze vinden het alsnog reuze interessant.

Conclusie

Mölkky heeft zich inmiddels ontpopt tot hét spel dat we het vaakst spelen. Het is simpel, sociaal, spannend en zit verrassend goed in elkaar. Het nodigt uit tot lachen, competitie en samenwerking. Zelfs mijn schoonmoeder (speelt niet graag spelletjes) is fan geworden. Wanneer zij speelt, weet je dat het serieus is.

Of je nu op zoek bent naar een activiteit voor een kinderfeestje, familiedag, een uitje met vrienden of gewoon een zonnige zondagmiddag in de park: Mölkky is wat mij betreft een absolute aanrader. Wij zijn om. Nu jij nog.

7 alarmsignalen dat je kind zich verloren voelt na een relatiebreuk

Een relatiebreuk is als een aardbeving in het leven van een kind. Alles wat vertrouwd en vanzelfsprekend was, staat ineens op losse schroeven. Toen de moeder van Floris (geboren in 2013) en ik besloten uit elkaar te gaan, dacht ik dat we het netjes en met respect voor elkaar zouden doen. Dat is slechts deels gelukt. Maar wat ik toen nog niet doorhad, is dat zelfs een ‘goede’ scheiding diep kan snijden in de vertrouwde wortels van je kind.

Als volwassenen hebben we woorden, internet, therapie en vrienden. Kinderen hebben ons. Maar dan moeten wij wel weten waar we op moeten letten. Daarom deel ik zeven duidelijke signalen dat je kind zich onveilig of verloren voelt na een scheiding. Niet om je schuldig te laten voelen, wel om je bewust te maken. Zodat jij kunt helpen.

Je kind wil plotseling niet meer alleen slapen

Het zoontje van een vriend van mij sliep altijd als een blok. Na de breuk van zijn ouders kwam hij ineens weer naast zijn bed staan midden in de nacht. Nachtmerries, angst voor inbrekers, huilbuien. Zijn bed was geen veilige plek meer, want zijn wereld was ingestort. Als je kind ineens angstig is in de nacht of terugvalt in jonger gedrag, is dat een duidelijk signaal van innerlijke onrust.

Prikkelbaar gedrag of woede-uitbarstingen

Een kind dat zich verloren voelt, weet vaak niet hoe het zijn emoties moet uiten. Woede is dan een makkelijke uitweg. Het kan zijn dat je kind ineens overal tegenin gaat, snel boos wordt of agressiever speelt dan normaal. Dit gedrag is geen onwil, maar een roep om duidelijkheid, structuur en vooral veiligheid.

Je kind is extreem meegaand of juist opvallend stil

Niet elk kind uit zijn verdriet in gedrag. Sommigen trekken zich juist terug. Ze willen ‘het liefste kind ooit’ zijn, uit angst nog meer kwijt te raken. Let op als je kind geen grenzen meer aangeeft, alles maar goed vindt of nauwelijks nog zijn mening geeft. Achter dat brave gedrag kan veel onzekerheid schuilgaan.

Fysieke klachten zonder duidelijke oorzaak

Buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid: het lichaam van je kind praat soms harder dan zijn mond. Stress door een scheiding kan zich uiten in allerlei vage klachten. Zeker als deze klachten vooral optreden op overgangsmomenten (zoals van de ene ouder naar de andere), is het goed om daar eens rustig over te praten.

Terugval in ontwikkeling

Plassen in bed, duimzuigen, weer moeite met afscheid nemen op school. Het zijn allemaal tekenen dat je kind tijdelijk terugvalt naar een eerdere fase in zijn ontwikkeling. Dat is niet raar en ook niet erg, maar het vraagt om begrip en nabijheid van jou als ouder.

Je kind stelt veel vragen over de andere ouder

“Waar is mama nu?” of “Heeft papa nog steeds een nieuwe vriendin?” of “Mag ik daar ook wonen?” Als je kind vaak en herhaaldelijk vragen stelt over de andere ouder, is dat niet alleen nieuwsgierigheid. Het kan duiden op een gevoel van onveiligheid of angst om de andere ouder te verliezen. Neem die vragen altijd serieus.

Je kind klampt zich aan je vast of wil je voortdurend pleasen

Het kan ook voorkomen dat ouders met hun nieuwe partner ook kiezen voor extra gezinsuitbreiding. Merk je dat jouw oudere kind vaker naar je toekomt met iets lekkers, een kopje drinken, of opmerkingen dat hij/zij ontzettend veel van je houdt, denk dan niet: oh, wat lief en schattig! Het kan namelijk een manier zijn voor je kind om zich onmisbaar te maken. Als je kind voortdurend zoekt naar bevestiging, ligt daar vaak een diepere angst onder: bang om verlaten te worden.

Wat kun je doen? Hier wat praktische tips!

  • Benoem wat je ziet, zonder oordeel: “Ik merk dat je de laatste tijd vaak boos bent. Heeft dat misschien met mama en mij te maken?”
  • Creëer rituelen en structuur, zodat je kind weet wat het kan verwachten.
  • Geef ruimte voor alle emoties, ook de negatieve.
  • Zoek hulp als je merkt dat het te zwaar wordt. Dat is geen falen, dat is verantwoordelijkheid nemen.

Daarnaast is het waardevol om ook op school aan te geven wat er speelt. Leerkrachten zijn vaak de eersten die signalen oppikken die jij als ouder niet ziet. Ze kunnen helpen door extra aandacht te geven of bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon aan je kind te koppelen. Laat merken dat jullie als ouders, ook al wonen jullie niet meer samen, nog steeds samen een team zijn als het om je kind gaat.

Een andere tip die mij geholpen heeft, is om samen met je kind een boekje of doosje te maken waarin hij of zij gevoelens mag stoppen. Dat kunnen briefjes zijn met gevoelens, tekeningetjes, of zelfs kleine voorwerpen die iets betekenen. Op die manier geef je emoties letterlijk een plek.

En praat. Niet één keer, maar vaak. Vraag niet alleen hoe het gaat, maar wat je kind denkt, voelt en verwacht. Maak er een dagelijks momentje van, desnoods tijdens het tandenpoetsen of in de auto. Elk moment is een kans om verbinding te maken.

Vergeet jezelf niet als ouder

Denk ook aan jezelf. Jij bent de stabiele factor, de veilige haven. Maar dat betekent niet dat je alles alleen moet doen. Zoek steun bij vrienden, familie of professionele hulp. Hoe beter jij in je vel zit, hoe meer rust je kunt uitstralen naar je kind.

Een scheiding is voor niemand leuk, maar voor een kind voelt het als een aardverschuiving. De vraag is niet óf je kind geraakt wordt, maar hoe jij helpt om de schade te beperken. Het belangrijkste wat jij kunt doen, is er zijn. Stevig, liefdevol en met open oren en armen.

Floris en Sevijn zijn geen kinderen van dezelfde moeder, maar beiden verdienen dezelfde basis: veiligheid, liefde en ruimte om kind te zijn. Elke dag opnieuw.

Op Instagram

Bijna dagelijks iets nieuws

Tips uit de praktijk, herkenbare verhalen en eerlijke inkijkjes. Zowel voor ouders als voor koppels. 35 duizend ouders volgen al mee.

@justfordads_nl